Hoge druk maakt een gevel niet schoon: wat druk wel en niet doet

Er is een moment dat elke gevelreiniger kent. De lans staat op vol vermogen, de vuile laag verdwijnt onder de straal, en achter je blijft een schone baan achter met een scherpe rand ernaast. Het ziet er op dat moment perfect uit. Een half jaar later staat het groen terug, en op de plek waar je het langst hebt gestaan zit de voeg een paar millimeter dieper dan ernaast. In dit artikel leggen we uit wat waterdruk op een gevel precies doet, waarom druk zelden het probleem is dat je wil oplossen, en hoe een reiniging eruitziet die de vervuiling wel bij de wortel pakt. Geschreven vanuit onze eigen praktijk als producent van reinigingschemie, want we krijgen deze vraag wekelijks van bedrijven die net iets te veel bar hebben gebruikt.

Wat waterdruk fysiek doet met een gevel

Een hogedrukstraal werkt op één manier: hij brengt kinetische energie over op het oppervlak. Wat loszit gaat mee. Dat is precies waarom hoge druk zo goed werkt op een betonvloer of een staalconstructie waar losse aanslag op zit, en zo slecht op een gevel waar de vervuiling zich juist vastgehecht heeft.

Het vuil op een gevel bestaat namelijk maar voor een klein deel uit los stof. De rest is biofilm: een laag algen, mossporen en bacteriën die zich met een suikerachtig slijm aan de steen hebben vastgezet en met hun wortels in de poriën zitten. Die laag zit chemisch vast, niet mechanisch. Je kunt hem er met genoeg druk wel afslaan, maar je slaat dan tegelijk de bovenste laag van je ondergrond mee.

Wat er dan in de praktijk gebeurt, per ondergrond:

  • Baksteen. De bakhuid, dat gladde geglazuurde laagje dat bij het bakken ontstaat, is het enige wat de steen waterdicht houdt. Is die weg, dan zuigt de steen water op als een spons. Een gevel die na een agressieve reiniging sneller vies wordt dan daarvoor, is bijna altijd een gevel zonder bakhuid.
  • Voegwerk. Mortel is zachter dan de steen ernaast en spoelt als eerste uit. Uitgespoelde voegen zie je pas het jaar erna, als het vocht via die voeg de spouw in trekt.
  • Beton en stucwerk. De cementhuid is een dunne, dichte toplaag. Haal je die eraf, dan ligt het poreuze binnenwerk open en is de kans op carbonatatie en vochtdoorslag een stuk groter.
  • Gevelbeplating en coatings. Een gecoate plaat heeft geen tweede kans. Microkrassen in de lak zijn onzichtbaar op de dag zelf en zichtbaar zodra er een jaar vuil in is gaan zitten.
  • Kitvoegen en zinkwerk. Een straal die onder een kitvoeg komt, licht hem op. Zink en aluminium reageren bovendien op de verkeerde chemie, waar we verderop op terugkomen.

De optelsom is ongemakkelijk: hoe harder je werkt, hoe eerder je terug mag komen. Niet omdat je slecht werk levert, maar omdat een beschadigde ondergrond meer oppervlak en meer vocht biedt aan precies datgene wat je net hebt weggehaald.

Waarom contacttijd het werk doet en druk alleen afmaakt

Een reiniger die op biofilm werkt, moet drie dingen kunnen: de slijmlaag openbreken, de celwanden aantasten en het losgemaakte materiaal in het water houden zodat het wegspoelt in plaats van weer neer te slaan. Dat kost tijd. Geen minuten in de zin van “even laten staan”, maar echt tien tot twintig minuten aan een vochtige wand, afhankelijk van temperatuur en dikte van de laag.

Dat is de reden dat de volgorde belangrijker is dan het vermogen van je machine:

  1. Voorbevochtigen. Een droge, poreuze gevel zuigt je reiniger in de steen en dan werkt hij nergens meer. Nat maken met schoon water zorgt dat het middel op het oppervlak blijft waar de vervuiling zit.
  2. Aanbrengen van onder naar boven. Werk je van boven naar beneden, dan loopt het middel over droge steen en krijg je strepen die er na het drogen nog in staan. Van onder naar boven voorkomt dat, ook al voelt het tegennatuurlijk.
  3. Laten inwerken en nathouden. Een middel dat opdroogt, is klaar met werken. Op een zonnige gevel betekent dat tussendoor nevelen.
  4. Naspoelen met lage druk. Vijftig tot honderd bar met een brede waaier is genoeg zodra de chemie zijn werk heeft gedaan. De druk verplaatst dan alleen nog wat al los is.

Wie deze vier stappen aanhoudt, heeft zelden meer dan honderd bar nodig. Wie ze overslaat, heeft ook met tweehonderd bar geen schone gevel, alleen een gevel die er een seizoen lang schoon uitziet.

De juiste chemie per ondergrond

Welke reiniger je kiest, hangt af van wat er op zit en waar het op zit. De hoofdregel is dat organisch vuil om een alkalisch middel vraagt en minerale aanslag om een zuur middel, en dat je die twee nooit door elkaar gebruikt op dezelfde ondergrond zonder tussentijds te spoelen.

Vervuiling Wat werkt Waar je op let
Algen, mos, groene sluier Alkalische reiniger met inweektijd Nathouden, niet laten opdrogen; wortels in de porie vragen de volle contacttijd
Atmosferisch vuil, uitlaatroet Alkalische reiniger met tensiden Op gecoate beplating eerst een proefvlak, tensiden kunnen glans wegnemen
Kalksluier, cementsluier Zuur middel, kort en gericht Nooit op kalksteen, marmer of zinkwerk; altijd voorbevochtigen en ruim naspoelen
Roestdoorslag Zuur middel op basis van organisch zuur Doorslag komt terug zolang de bron niet weg is
Vet en aanslag bij horeca-afzuiging Sterk alkalische ontvetter Aluminium en zink verdragen sterk alkalisch slecht, dus afdekken

Twee dingen die in de praktijk het vaakst misgaan. Het eerste is doseren op gevoel: een middel dat op één op tien is gemaakt, werkt onverdund niet twee keer zo snel maar spoelt vooral duurder weg, en op een gevoelige ondergrond is het het verschil tussen schoon en dof. Het tweede is de ondergrond niet kennen. Zink, aluminium, geanodiseerd profiel en natuursteen hebben alle vier een eigen grens, en een proefvlak op een onopvallende plek kost vijf minuten en voorkomt een schadeclaim. Welk middel bij welke ondergrond hoort, hebben we uitgebreider uitgewerkt in ons artikel over gevelreiniging en chemie per materiaal.

Bedrijven die gevels op hoogte reinigen, werken daarom per object met een vaste volgorde: ondergrond beoordelen, proefvlak zetten, middel laten inwerken en pas dan naspoelen. Keyo uit Tilburg, dat gevelreiniging en glasbewassing op hoogte door heel Nederland uitvoert, is een voorbeeld van zo’n partij: de keuze van het middel hangt daar af van de steen, de voeg en het kozijn, niet van wat er toevallig in de bus zit.

Daken en bestrating vragen om hun eigen afweging

Op een dak wordt de rekensom anders. Een dakpan is poreuzer dan een gevelsteen, ligt onder een hoek en voert alles wat je erop spuit rechtstreeks af naar de goot, het zinkwerk en uiteindelijk het oppervlaktewater. Dat maakt de keuze van het middel daar zwaarder dan bij een gevel, en de vraag welke middelen op een dak wel en niet verstandig zijn hebben we apart behandeld in ons artikel over mos en algen op het dak.

Bij bestrating speelt weer iets anders: het voegzand. Hoge druk haalt het voegzand eruit, waarna de klinkers gaan werken en er onkruid tussen komt. Dat is een reparatie die het vak van een reiniging maakt in plaats van een onderhoudsbeurt. Ook daar geldt dat een middel met contacttijd en een lage spoeldruk het werk beter en goedkoper doet.

Nazorg bepaalt hoe lang het resultaat blijft staan

De reiniging is maar de helft van het gesprek met de opdrachtgever. De andere helft is hoe lang het schoon blijft, en daar kun je meer aan doen dan de meeste bedrijven laten zien.

  • Droogtijd respecteren. Een gevel die net gereinigd is, zit vol water. Elke vervolgbehandeling die je op een natte steen zet, hecht slechter.
  • Vochtbron wegnemen. Een lekkende goot, een verstopte overloop of struiken tegen de gevel maken de mooiste reiniging binnen twee seizoenen ongedaan. Benoem het in je oplevering, ook als je het zelf niet oplost.
  • Impregneren waar het zin heeft. Op poreuze, noordgerichte gevels verlengt het de schone periode aanzienlijk; op dichte of gecoate ondergronden voegt het weinig toe. Wat daarbij komt kijken en waarom de droogtijd ervoor de hele behandeling maakt, staat in ons artikel over impregneren na de reiniging.
  • Onderhoudsinterval afspreken. Een lichte beurt elke twee jaar is minder werk en minder risico dan een zware beurt elke vijf jaar, en het is voor de klant beter te plannen.

Bedrijven die deze route al jaren rijden, zie je dat aan hun werk. Glansschoon Bedrijfsdiensten uit Barendrecht bijvoorbeeld combineert glasbewassing, schoonmaak en gevelreiniging sinds 1995 in één bedrijf, en dat is precies de combinatie waarin je leert wat een ondergrond wel en niet verdraagt: wie hetzelfde pand ook de jaren erna nog onder handen krijgt, merkt het meteen als er te hard is gewerkt.

Wat dit betekent voor je calculatie

De weerstand tegen deze werkwijze is bijna altijd dezelfde: inweken kost tijd en tijd kost geld. Dat klopt, maar de rekening valt anders uit dan hij lijkt.

Een gevel van tweehonderd vierkante meter die je puur op druk doet, kost je een lange dag met een machine op vol vermogen, en die machine verbruikt water en brandstof zolang hij draait. Dezelfde gevel met een middel dat twintig minuten mag inwerken, kost je een half uur aanbrengen, twintig minuten wachten waarin je de volgende sectie voorbereidt, en daarna een kwartier naspoelen op lage druk. Het aantal manuren ligt in de praktijk dicht bij elkaar. Het verschil zit in wat je erna hebt: een ondergrond die intact is, een resultaat dat twee keer zo lang meegaat en geen risico op schade aan voegwerk of coating.

Daar komt bij dat je met chemie op vervuiling kunt sturen die met druk helemaal niet weggaat. Roestdoorslag, cementsluier en ingevreten vet reageren niet op kracht, alleen op het juiste middel. Wie alleen een machine heeft, moet die klussen afwijzen of met een slecht gevoel opleveren.

Reinigers die bij dit werk horen

Alkalisch voor de organische aanslag, zuur voor kalk en cementsluier. Twijfel je over de ondergrond, vraag dan eerst een proefmonster aan.


Heavy Duty Cleaner
Heavy Duty Cleaner
Bekijk product →


Cleaner HD
Cleaner HD
Bekijk product →


Descaler
Descaler
Bekijk product →


Micro-Clean
Micro-Clean
Bekijk product →

Samengevat

Waterdruk verplaatst wat los is en beschadigt wat vastzit. Op een gevel zit de vervuiling juist vast, dus is druk zelden het gereedschap dat het werk doet. Wat het wel doet is het losgemaakte materiaal afvoeren, en daar is een brede waaier op lage druk voldoende voor. De winst zit in de volgorde: voorbevochtigen, een middel kiezen dat bij de vervuiling en de ondergrond past, het de volle contacttijd geven en pas daarna spoelen. Dat levert een gevel op die langer schoon blijft en een ondergrond die er over tien jaar nog is.

Twijfel je over de juiste keuze voor een specifieke ondergrond, of wil je een middel eerst op een proefvlak uitproberen voordat je het op een heel pand zet, neem dan contact met ons op. We formuleren onze reinigers zelf en denken graag mee over wat bij jouw werk past, ook als dat betekent dat we adviseren iets níet te gebruiken.